Lastverdeling

Lastverdeling

07/12/2020 - 16:28

Uw lading juist verdelen over de laadvloer is belangrijk

Lastverdeling Lastverdeling Lastverdeling Lastverdeling

Ladingzekeringsmiddelen

Er zijn heel veel ladingzekeringsmiddelen op de markt. We gaan ons hier beperken tot de meest voorkomende. De voertuigen die in België op de openbare weg komen - ook de buitenlandse- moeten hun lading vastmaken volgen de beschreven criteria van de verlader. Het is dus de verlader die aan de vervoerder oplegt welke middelen ingezet moeten worden om zijn lading vast te maken. Diezelfde verlader moet indien spanmiddelen schade kunnen veroorzaken aan de lading een alternatief voorzien en dit schriftelijk mededelen aan de vervoerder.

Tot vandaag zijn de spanmiddelen de meest voorkomende stuwmiddelen

Sinds jaren zijn er verschillende spanmiddelen door een Europese norm beschreven en moeten deze aan deze normen voldoen. Deze normen leren ons vooral hoe sterk de spanmiddelen moeten zijn en hoeveel kracht er kan gegenereerd worden uit deze spanmiddelen. EN 12195, deel 1: Berekening van de spankrachten op een lading

  • EN 12195, deel 2: Spanbanden
  • EN 12195, deel 3: Spankettingen
  • EN 12195, deel 4: Spankabels

De spanbanden volgens EN 12195-2

Spanriem en zijn een technisch hulpmiddel om een lading op een vrachtwagen vast te zetten. Deze moeten samengesteld zijn volgens de Europese norm 12195-2. De spanband is uit verschillende elementen samengesteld:

  • Het band
  • De ratel
  • De aanslaghaken

De spanband zelf kan uit verschillende materialen gemaakt zijn en het gebruikte materiaal bepaald de kleur van het etiket aan het band:

  • Polyester (PES) BLAUW
  • Polypropyleen (PP) BRUIN
  • Polyamide (PA) GROEN

In de praktijk zullen we echter enkel polyesterband (PES) blauw zien, dit om technische reden. Let op bij hijsbanden is de kleur van het band bepalend voor de hijscapaciteit bij spanband is dit niet zo.

Op het label moeten verplichte gegevens vermeld worden door de producent:

  • De LC waarde van de band;
  • De lengte van de band in meters;
  • De Standard hand force Shf;
  • De Standard tension force Stf in (daN) dit is de neerwaartse kracht die de band op een lading uitoefent bij 50 daN Shf bij neerbinden;
  • De vermelding “not for lifting” of “nicht heben ur zurren”;
  • Het materiaal waaruit de band gemaakt is;
  • De naam of het embleem van de fabrikant of verdeler;
  • Een traceerbare code van de fabrikant;
  • De vermelding van de norm 12195-2;
  • Het jaar van productie van de spanband;
  • De rek die de spanband krijgt bij zijn maximale belasting. Uitgedrukt in %.
  • De Shf en de Stf zijn verplichte vermeldingen op de ratelspanner!

-De Shf(standaard handkracht) is de kracht die een persoon gemiddeld op de ratelspanner kan uitoefenen. Het is ten strengste verboden om de ratel te verlengen en zo een grotere hefboom te creëren. Dit is gevaarlijk daar de spanner daar niet op werd getest, en zal bij overbelasting openbarsten.

-De Stf De Standard tension force (standaard neerwaartse spankracht) dit is de neerwaartse kracht die de band op een lading uitoefent bij 50 daN Shf.

Wanneer er een grotere of kleinere Shf op de ratel wordt gezet zal de neerwaartse kracht van de spanband ook groter of kleiner uitvallen. Ook de lengte van de ratel is bepalend voor de hoeveelheid neerwaartse kracht. Bij een 22 cm ratel varieert dit tussen de 250 daN en de 450 daN bij een 33 cm tussen de ratel 500 daN en de 1.000 Dan

Er bestaan toestellen op de markt die deze Shf exact kunnen meten.

In de normering zijn verschillende type spanners toegestaan. Het zijn niet allemaal ratelspanners er zijn ook een aantal klemspanners. Deze geven geen Stf er moet enkel rekening gehouden worden met de Lc waarde van de spanband in de berekening. Deze zijn prima inzetbaar bij vormsluitingen.

Spanbanden onder de juiste condities gebruiken

De volgende punten moeten bij gebruik van de spanbanden in het oog gehouden worden:

  • Geen lading op de spanbanden plaatsen
  • Geen beschadigde spanbanden gebruiken
  • Geen spanbanden gebruiken op scherpe kanten.
  • De spanbanden niet boven hun Lc waarde belasten
  • Geen spanbanden gebruiken die geen etiket dragen
  • Geen knopen in spanbanden leggen (de Lc waarde gaat dan spectaculair omlaag!)
  • Geen spanbanden gebruiken voor het heffen van voorwerpen.
  • Geen vervormde ratels gebruiken

De spanbanden moeten op regelmatige basis gecontroleerd worden. Het is aangeraden om de controle schriftelijk vast te leggen door een deskundig persoon. Er bestaan eenvoudige regels waaraan een spanriem moet voldoen om deze te kunnen gebruiken.

  • Geen scheuren in de band van meer dan 10 %
  • Geen beschadigingen door de inwerking van chemicaliën
  • Geen beschadigingen van de naden en samenvoegingen in de band
  • Geen vervormingen van de band door warmte
  • Geen vervormingen of beschadigingen aan spanners.

De aanslaghaken van de spanband

Het type aanslaghaken dat aan de band mag bevestigd is niet vrij te kiezen. De aanslaghaak moet voldoen aan de in de norm voorgeschreven modellen. Deze moet getest worden in het systeem en kan enkel gebruikt worden als deze niet beschadigd is of niet vervormd zijn. Het is verboden om de aanslaghaken te gebruiken in configuraties waarvoor de haak niet werd ontworpen.

Hoekbeschermers

Om een lading met scherpe kanten vast te zetten kan men best gebruik maken van hoekbeschermers. Die zorgen voor bescherming van de spanband, maar ook voor een gelijke verdeling van de Stf over de band. Ze zorgen ook voor bescherming van de lading (de spanbanden kunnen schade toebrengen aan zachtere lading types door deze te hard aan te trekken)

Spankettingen volgens 12195-3

Bij zwaardere type ladingen wordt vaak gebruik gemaakt van spankettingen. Net als bij de spanbanden moeten deze in overeenstemming met een Europese norm gefabriceerd en getest zijn. Deze norm 12195-3 bepaalt de testvoorwaarden, de verschillende type sluitingen, spanners en staaldikte van de ketting.

Ook bij de spanketting is er een bepaalde Lashing Capacity (Lc waarde). De Lc waarde is van verschillende factoren afhankelijk, de staaldikte, de staalklasse en de lengte van de ketting. Net als bij de spanbanden moet er een etiket aangebracht zijn. Hier moet geen rekening gehouden worden met kleurbepalingen van het etiket. Enkel een metalen merkplaatje met volgende bepalingen:Lashing capacity (LC) in dekaNewtons; (daN)
Standard tension force STF in (dekaNewtons) met de vermelding uit welk soort staal de ketting werd ontworpen.

  • Voor ratelspanners, de handkracht die nodig is om de spanner aan te trekken en de gegenereerde kracht in LC.
  • Waarschuwing: "Not for lifting" of “nicht heben ur zurren”;
  • De naam of het embleem van de fabrikant of verdeler
  • Een traceerbare code van de fabrikant
  • Het jaar van productie van de ketting;
  • De vermelding van de norm 12195-3
  • De kettingen moeten buiten gebruik gesteld worden bij:
  • Vervormde schakels
  • Afname van meer dan 10% van de schakeldikte
  • Inscheuring van de schakels
  • Vervorming van de aanslaghaak.

Reparaties mogen enkel uitgevoerd worden door de fabrikant zelf of door een erkende hersteller, die erop moet toezien dat de kwaliteit behouden blijft.

De personen die kettingen gebruiken moeten daar duidelijke instructie en/of opleiding voor gekregen hebben om veilig en doordacht de kettingen te kunnen inzetten.

Het is nutteloos een ketting met een LC waarde van 15.000 daN in te zetten op een aanslagpunt van 2.000 daN het systeem dat men opbouwt is zo strek als zijn zwakste schakel. In dit geval het ankerpunt!

Spankabels volgens 12195-4.

Spankabels worden niet heel vaak ingezet als stuwmiddel, ze moeten echter wel voldoen aan de Europese norm:12195-4. Deze kabels zijn iets makkelijker te hanteren dan de spankettingen en zijn aangewezen bij transport van bomen en zaken waar veel kracht mag opgezet worden. Hun breeksterkte is afhankelijk van de staalkabeldikte. De kabels worden aangespannen in een behuizing -vast op het voertuig- die door middel van een hefboom wordt aangespannen.

Iedere spankabel moet voorzien zijn van een metalen merkplaatje met de minimale gegevens:

  • Lashing capacity (LC) in kilo Newton (kN);
  • Standard tension force STF in deca Newton (daN);
  • Waarschuwing: "Not for lifting" of “nicht heben ur zurren”;
  • De naam of het embleem van de fabrikant of verdeler
  • Een traceerbare code van de fabrikant
  • Het jaar van productie van de kabel;
  • De vermelding van de norm 12195-4

Volgens de normering moet de kabels op regelmatige basis nagezien worden en bij beschadiging buiten dient gezet worden. Beschadigingen kunnen zijn:Kabelbreuk van meer dan 5%
Schade aan de las of samensmelting
Draadbreuken
Scheuren, roest aan componentverbindingen

Enkel een onder de verantwoordelijkheid van de labelproducent mogen reparaties uitgevoerd worden aan spankabels.

Stuwkussens als stuwmiddel

Een middel dat in containertransport vaak wordt ingezet zijn stuwkussens. Deze maakte de afgelopen jaren sterk geëvolueerd. Vroeger zagen we die in dubbel gelaagde papier versie, vandaag zijn ze beschikbaar in Polypropyleen met een heel hoge stuwweerstand.

Het gebruik is niet aan normen onderworpen. Toch zijn er een aantal vaststaande zaken. Een kussen wordt opgeblazen onder een bepaalde druk. Op de plaats waar dit kussen in contact komt met een ander oppervlak krijgt het ander oppervalk een druk gelijk aan de druk die in het kussen werd geblazen per cm². bv. 0,3 bar druk in het kussen heeft een naar buitenwerkende druk van 0,3 kg per cm². Op een kussen van 100 cm X 100 cm=10.000 cm²=aan een druk van 3.000 kg

Er zijn vaste regels voor het gebruik van stuwkussens:

  • Het kussen -indien van papier- mag geen contact maken met zaken die niet verwant zijn aan de lading; (geen contact met containerwanden, vloeren of daken)
  • Geen stuwkussen gebruiken om lege plaatsen op te vullen, enkel gespecialiseerde vulkussens;
  • Niet boven de maximale opgegeven druk vullen; (gebruik vulpistool met manometer)
  • Niet gebruiken op lading met scherpe kanten of hoeken;
  • Enkel gebruiken op droge ladingen;
  • Nooit tussen deuren gebruiken;
  • Geen lading op het kussen plaatsen;

Vandaag kunnen kussens ook gebruikt worden als opvulmateriaal om lege ruimtes op te vullen en op die manier schuivende lading te vermeiden.

Hout als stuwmiddel

Tot op de dag van vandaag wordt hout nog vaak gebruikt als stuwmiddel. Hout kan een ondersteunend middel zijn bij stuwconstructies. Een aantal zaken moet toch in het oog houden. Meest gebruikte hout bij stuwing is dennenhout, goedkoop en een vrij zachte houtsoort. Wanneer we hout als stuwmiddel gebruiken is belangrijk te weten wat het de soort hout, de dikte, de vochtigheidsgraat en de kwaliteit is die sterktebepalend is. Er is nooit absolute zekerheid over de sterkte.

Hout kunnen we op 2 manier inzetten, als blokmiddel tussen bv. 2 containerwanden of genageld. Als blokkering tussen containerwanden is de breeksterkte bij puntbelasting belangrijk

Wanneer hout vernageld wordt is het belangrijk de volgende zaken in het oog te houden, voldoende lange nagels gebruiken, in de een juiste hoek en steeds in driehoekverhouding timmeren.

Steeds belangrijk bij het nagelen is rekening te houden met de looplijn en van de nerven. Zeker bij het nagelen van keggen en spieën moet hier aandacht aan gegeven worden. Deze zullen echter doorklieven bij foute nageling.

Bij het afkeggen van ronde lading steeds rekening houden met de 60% regel

Antislipmatten

Een middel dat bijzonder vaak wordt ingezet zijn de antislipmatten. Ze zijn een essentieel onderdeel van ladingzekering. Een van de 2 grote gevaren van onvoldoende ladingzekeren is het schuiven van de lading. Het verschuiven van de lading komt doordat de wrijving tussen de laadvloer en de lading te klein is. De lading kan niet verschuiven in de wrijvingsweerstand groter is dan de vertragingskracht die op de lading komt. Voorwaarts is dit maximaal 0.8 G, zijdelings maximaal 0.5 G. Een lading op een laadvloer bv: vlakhout tegen laminaat (palet op laadvloer) is de wrijving 0.3 G. u ziet dat de lading zowel voorwaarts als zijdelings kan verschuiven. Anislipmatten hebben een gegarandeerde wrijvingsweerstand van 0.6 volgens de norm 12195-1 tabel B. Deze 0.6 is een minimale wrijvingsweerstand ten aanzien van alle mogelijke materialen, vaak zal de wrijving dan ook hoger liggen dan 0.6 G. U zal zien bij het berekenen van de ladingzekering is dit een heel groot verschil maakt en is het gebruik een absolute noodzaak. Er zijn antislip materialen op de markt die gegarandeerd hogere wrijvingsweerstanden geven, een certificaat van een erkende testlabo is hier onontbeerlijk als bewijs.

Het juist inzetten van antislipmatten is verwarrend. Volgens bepaalde bronnen mag er tussen de lading en de laadvloer geen contact zijn, bij veel type ladingen is dit onmogelijk.

informeer u voldoende!