Mobile Eumos 40509 testing instalation CS-TS

Normen in ladingzekering en palletstabiliteit

10/09/2020 - 09:37

Ladingzekering en normering palletstabiliteit

22 jaar geleden, toen ik mijn eerste stappen zette in de wereld van Ladingzekering was er van normen weinig of geen sprake. Er was enkel Art 45 van de wegcode, wat in grote lijnen stelde, dat lading niet op de openbare weg mocht KUNNEN vallen of slepen. Uiteraard was dit voor veel discussie vatbaar. Ook toen was het echter al nodig naar de normen te kijken. De stelling was dat wanneer een lading in overeenstemming met de toenmalige 12195-1 versie 1995 vastgemaakt was, deze niet KON vallen of slepen. Er waren toen verschillende belanghebbenden die deze stelling ontkenden.

Ondertussen hebben we een grote evolutie gezien. Er zijn normen gekomen voor veel onderdelen van de Ladingzekeringsproblematiek. De basisberekening hoe lading vast te maken, een norm voor de verschillende vastmaakmiddelen, een norm voor de voertuigen -als die dienstdoen als stuwmiddel-, dekzeilen, aanslagpunten, insteekrongen en recent voor laadeenheden (paletten).

Vooral bij deze laatste wens ik hier even stil te staan. Het betreft hier de EUMOS 40509 normering. Als we de wegcode lezen in Art 45 bis staat vermeld:

6§ De zekeringsmethoden en –middelen zijn in overeenstemming met de meest recente versie van de onderstaande normen:

  • EUMOS 40509 -vervoer verpakking.

Dat deze norm en de naleving ervan is een zeer belangrijk onderdeel van een transportveilige transport, dit lijkt mij nogal duidelijk. Bij de publicatie was ik verwonderd dat deze norm in de wetgeving was opgenomen. Via een lokale vertegenwoordiger in het Vlaamse Parlement werd de schriftelijke vraag gesteld aan de toenmalige Minister van Mobiliteit, Dhr. Ben Weyts, of het klopte dat iedere laadeenheid (pallet) vervoerd op onze Vlaamse wegen moet voldoen aan de EUMOS 40509 normering.

Het antwoord hierop:“Ook hier geldt dat iedere verpakking die in het Vlaamse Gewest wordt vervoerd door de voertuigen van de categorieën N2, N3, O3, O4, en T, met een door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van 40 km/u, aan de EUMOS 40509 norm moet voldoen.”

Wanneer we dit combineren met de bepaling van Art 45 bis §3 is dit een hele boterham met verplichtingen voor verladers[1]. Waar in de eerste plaats iedere laadeenheid op Vlaamse wegen moet beschreven zijn in onderstaande 6 punten:

  • 1° de aard van de laadeenheid;
  • 2° de massa van de lading en elke laadeenheid;
  • 3° de positie van het zwaartepunt van elke laadeenheid als die niet in het midden ligt;
  • 4° de buitenafmetingen van elke laadeenheid;
  • 5° de beperkingen voor het stapelen en de richting die tijdens het vervoer moet worden toegepast;
  • 6° de wrijvingsfactor van de goederen, als die niet is opgenomen in bijlage B van EN 12195:2010 of in de bijlage van de normen IMO/UNECE/ILO;

En in de tweede plaats ook moet voldoen aan de Eumos 40509 normering.

Uit wegcontrole door de politiediensten blijkt dat bijzonder weinig verladers op de hoogte zijn van deze verplichting en worden wij geconfronteerd met verladers die verbaliseerd worden voor:

  1. Het niet beschrijven en van de goederen
  2. Het niet aanbieden van Eumos 40509 gecertificeerde laadeenheden voor vervoer.

Geert Frans, zaakvoeder van Geert BVBA, is de aangewezen persoon om bedrijven het juiste advies te verlenen en u bij te staan bij het oplossen en voorkomen van ladingzekeringsproblemen.

Ook voor laadeenheden (pallets) kan Geert Frans u adviseren en oplossingen aanbieden, zowel voor EUMOS 40509 testen als voor het opmaken van laad- en verpakkingsinstructies.

Neem vrijblijvend contact op: info@geert-frans.be of tel: 0475/582203


[1] (*)Verlader: is elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon die de te vervoeren goederen materieel ter beschikking stelt van de vervoerder.